Cursusboek hoofdstuk1 - 3 - standaardzinnen

 

Lees de zinnen en luister naar de uitspraak.   /  请阅读句子,并听发音。

A. Begroeten en kennismaken

  1. Hallo.
  2. Hoi.
  3. Goedemorgen.
  4. Goedemiddag.
  5. Goedenavond.
  6. Dag.
  7. Hoe gaat het?
  8. Het gaat goed.
  9. Dank je wel.
  10. Leuk je te ontmoeten.

B. Naam vragen en geven

  1. Hoe heet je?
  2. Ik heet Li Ming.
  3. Wat is je naam?
  4. Mijn naam is Li Ming.
  5. Wat is je voornaam?
  6. Mijn voornaam is Ming.
  7. Wat is je achternaam?
  8. Mijn achternaam is Li.
  9. Kun je dat spellen?
  10. Natuurlijk.

C. Herkomst en woonplaats

  1. Waar kom je vandaan?
  2. Ik kom uit China.
  3. Uit welke stad kom je?
  4. Ik kom uit Shanghai.
  5. Waar woon je?
  6. Ik woon in Amsterdam.
  7. Woon je in Nederland?
  8. Ja, ik woon in Nederland.
  9. Sinds wanneer woon je hier?
  10. Ik woon hier sinds drie maanden.

D. Talen

  1. Welke taal spreek je?
  2. Ik spreek Chinees.
  3. Ik spreek ook Engels.
  4. Spreek je Nederlands?
  5. Een beetje.
  6. Ik leer Nederlands.
  7. Nederlands is moeilijk.
  8. Nederlands is interessant.
  9. Kun je langzamer spreken?
  10. Ik begrijp het niet goed.

E. Werk en studie

  1. Wat doe je?
  2. Ik ben student.
  3. Ik ben docent.
  4. Ik werk in een restaurant.
  5. Ik werk in een winkel.
  6. Ik studeer aan de universiteit.
  7. Wat studeer je?
  8. Ik studeer economie.
  9. Dit is mijn eerste jaar in Nederland.
  10. Fijn om je te leren kennen.