Cursusboek hoofdstuk1 - 3 - standaardzinnen
Lees de zinnen en luister naar de uitspraak. / 请阅读句子,并听发音。
A. Begroeten en kennismaken
- Hallo.
- Hoi.
- Goedemorgen.
- Goedemiddag.
- Goedenavond.
- Dag.
- Hoe gaat het?
- Het gaat goed.
- Dank je wel.
- Leuk je te ontmoeten.
B. Naam vragen en geven
- Hoe heet je?
- Ik heet Li Ming.
- Wat is je naam?
- Mijn naam is Li Ming.
- Wat is je voornaam?
- Mijn voornaam is Ming.
- Wat is je achternaam?
- Mijn achternaam is Li.
- Kun je dat spellen?
- Natuurlijk.
C. Herkomst en woonplaats
- Waar kom je vandaan?
- Ik kom uit China.
- Uit welke stad kom je?
- Ik kom uit Shanghai.
- Waar woon je?
- Ik woon in Amsterdam.
- Woon je in Nederland?
- Ja, ik woon in Nederland.
- Sinds wanneer woon je hier?
- Ik woon hier sinds drie maanden.
D. Talen
- Welke taal spreek je?
- Ik spreek Chinees.
- Ik spreek ook Engels.
- Spreek je Nederlands?
- Een beetje.
- Ik leer Nederlands.
- Nederlands is moeilijk.
- Nederlands is interessant.
- Kun je langzamer spreken?
- Ik begrijp het niet goed.
E. Werk en studie
- Wat doe je?
- Ik ben student.
- Ik ben docent.
- Ik werk in een restaurant.
- Ik werk in een winkel.
- Ik studeer aan de universiteit.
- Wat studeer je?
- Ik studeer economie.
- Dit is mijn eerste jaar in Nederland.
- Fijn om je te leren kennen.